Wacht niet tot de toets: zicht houden op leren terwijl het gebeurt

Je hebt met een klas een paar lessen gewerkt aan een schrijfopdracht. Je hebt uitgelegd waar een goede tekst aan moet voldoen, voorbeelden besproken en leerlingen zelfstandig laten werken. Als je de teksten uiteindelijk leest, blijkt een flink deel van de klas moeite te hebben met precies datgene waarvan je dacht dat het duidelijk was: een logische opbouw en goede argumentatie.

Misschien herken je dat moment. Je kijkt naar het resultaat en denkt: Hè? Maar dit hebben we toch besproken?

Dat overkomt volgens mij iedere leraar weleens.

En dan komt een andere vraag op: wanneer had ik eigenlijk kunnen zien dat het leren niet liep zoals ik dacht dat het liep?

Dat is voor mij de kern van formatief leren en lesgeven: tijdens het leren regelmatig proberen te zien waar leerlingen staan, zodat je nog kunt bijsturen. Niet nóg meer toetsen en ook niet iedere vijf minuten een nieuwe werkvorm.

En het goede nieuws is: dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Verderop vind je drie eenvoudige manieren die je vrijwel direct kunt gebruiken: wisbordjes (kan ook papier), diagnostische meerkeuzevragen en denken-delen-uitwisselen. Maar eerst: waarom zijn juist die tussentijdse momenten zo belangrijk?

Lees verder →

Van informatie naar leerervaring: zo ontwerp je in 4 stappen een sterke e-learning

Klas in een computer

Je wilt een e-learning maken. Maar waar begin je?

Met de vraag: wat moet erin? Welke theorie is belangrijk? Welke stappen moeten worden uitgelegd? Welke begrippen mogen niet ontbreken? Welke filmpjes, checkvragen of downloads voegen we toe?

Dat zijn logische vragen. Maar het zijn niet de eerste vragen.

Als je wilt dat een e-learning meer wordt dan een digitale map met informatie, begint het ontwerp bij de leeruitkomst. De belangrijkste vraag is dan:

Wat moet de lerende na afronding van de e-learning kunnen doen?

Want een lerende die informatie heeft gelezen, heeft nog niet automatisch iets geleerd. En een lerende die een paar controlevragen goed beantwoordt, kan die kennis nog niet vanzelf toepassen in de praktijk. Leren vraagt om actieve verwerking: (onderbouwd) kiezen, toepassen, analyseren, beredeneren, oefenen, reflecteren, vertalen naar de eigen werksituatie, etc.

Juist bij e-learning is goed leerontwerp cruciaal. De trainer of leraar is immers niet live aanwezig om te vertragen, samen te vatten, te corrigeren of een vraag anders te stellen. De begeleiding moet dus in het ontwerp zitten.

Lees verder →